Als ik dan mijn eigen teksten in gedrukte vorm nogmaals doorlees, dan vind ik het maar zozo. Een ander schrijft mooier, vloeiender, en vast interessanter. De titel op de cover staat te hoog in verhouding tot het boek. Honderdzestig pagina’s is maar één centimeter dik. Ik dacht dat het wel een dikkere pil zou zijn.
Een verwijzing naar mijn debuut durf ik niet eens op Facebook te zetten, bang dat iemand het leest en afkraakt. Het zijn geen romans. Ik moet zoeken wat het dan wel is. Een essay, dat is toch wetenschappelijk verantwoord met een eigen interpretatie? Volgens mij mag dat maar 60 pagina’s zijn – nog geen halve centimeter -, maar het essay dat ik schreef heeft er ruim honderd, dus daar klopt geen bal van.
"Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een wetenschappelijk, cultureel of filosofisch onderwerp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen", lees ik op internet. Is het een guilty pleasure, als het over mijn lepeltjesverzameling gaat?
Daar durf ik eveneens geen ruchtbaarheid aan te geven. Dat heet schrijfschaamte toch? “Een schuldig genoegen is iets, zoals een film, een televisieprogramma of een muziekstuk; dat men geniet ondanks het feit dat men het verhaal niet hoog acht, of als ongewoon of vreemd wordt beschouwd”, lees ik verder.
Mijn verhaal scoort vast niet hoog, maar ik heb er wel plezier aan beleefd en ik heb er nog steeds lol in. Neen, ik denk niet dat Maarten van Rossum gelijk had toen hij eens bij DWDD vertelde dat al die duizenden huisvrouwen die schrijven, hun "troep" maar beter kunnen weggeooien. Zo ver hoeft het niet te komen, Maarten; de uitgever doet dit voorwerk al. Ze reageerden meestal niet als ik “iets” instuurde waar ik al gauw drie jaar aan heb gewerkt. Veel uitgevers nemen zelfs geen manuscripten meer aan.
Als ik aan een uitgever zou voorstellen dat ik een boek schreef over mijn verzameling toeristenlepels, dan snapt iedereen wel dat die deur dicht blijft. Hoe dan wel?
De uitgevers geven me niet uit, ze laten me niet eens binnen. Wie er binnenkomt is bekend, al dan niet door de partner en/of al snoeiberoemd in binnen- of buitenland. Beroemd door het beroep als, politicus, sporter, of als schrijver met veel plattaal. Een beroemd buitenlandse schrijver die al “binnen” is om al dan niet vertaald te worden uitgegeven. Business is business.
Maar wat is er mooier om je dagboek, je niet roman, je half fictie en half non-fictie, je soort van essay, je verzameling mooie zinnen en oude woorden aaneen te rijgen tot iets met een inhoudsopgave, iets wat je zelf als een fotoboek doorbladert zodat je later, als de herinneringen jou in de steek laten, opnieuw kunt lezen, het wanneer en het waar. Zoals in de film “The Notebook” precies zo gebeurde. Hij leest zijn demente vrouw voor uit haar eigen werk. Een prachtig verhaal dat verfilmd werd en als boek van de Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks uitkwam in 1994 en meteen een bestseller werd, nadat veel uitgevers het weigerden.
Ik weet niet hoe lang ik moet wachten om de titel “oudste schrijversdebutant van Nederland” te krijgen. Ik noem bewust niet debutant van Nederlandstalige boeken, want dat haal ik nooit meer in.
Die titel is voor Brigitta Simoens uit Gent. Zij debuteerde in 2019 met haar biografie “Eb & Vloed”. Ze is dan negentig jaar. Als je negentig bent dan heb je inderdaad veel te vertellen. De schrijfster is in februari 1923 overleden. Het boek is jammer genoeg niet meer te verkrijgen bij Standaardboekhandel.be, want volgens mij heeft ze een boeiend leven gehad. Haar herinneringen zullen blijven, nog generaties lang.