donderdag 20 maart 2025

DEBUTANT

Als ik dan mijn eigen teksten in gedrukte vorm nogmaals doorlees, dan vind ik het maar zozo. Een ander schrijft mooier, vloeiender, en vast interessanter. De titel op de cover staat te hoog in verhouding tot het boek. Honderdzestig pagina’s is maar één centimeter dik. Ik dacht dat het wel een dikkere pil zou zijn. 


Een  verwijzing naar mijn debuut durf ik niet eens op Facebook te zetten, bang dat iemand het leest en afkraakt. Het zijn geen romans. Ik moet zoeken wat het dan wel is. Een essay, dat is toch wetenschappelijk verantwoord met een eigen interpretatie? Volgens mij mag dat maar 60 pagina’s zijn – nog geen halve centimeter -, maar het essay dat ik schreef heeft er ruim honderd, dus daar klopt geen bal van. 

"Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een wetenschappelijk, cultureel of filosofisch onderwerp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen", lees ik op internet. Is het een guilty pleasure, als het over mijn lepeltjesverzameling gaat? 

Daar durf ik eveneens geen ruchtbaarheid aan te geven. Dat heet schrijfschaamte toch? “Een schuldig genoegen is iets, zoals een film, een televisieprogramma of een muziekstuk; dat men geniet ondanks het feit dat men het verhaal niet hoog acht, of als ongewoon of vreemd wordt beschouwd”, lees ik verder.


Mijn verhaal scoort vast niet hoog, maar ik heb er wel plezier aan beleefd en ik heb er nog steeds lol in. Neen, ik denk niet dat Maarten van Rossum gelijk had toen hij eens bij DWDD vertelde dat al die duizenden huisvrouwen die schrijven, hun "troep" maar beter kunnen weggeooien. Zo ver hoeft het niet te komen, Maarten; de uitgever doet dit voorwerk al. Ze reageerden meestal niet als ik “iets” instuurde waar ik al gauw drie jaar aan heb gewerkt. Veel uitgevers nemen zelfs geen manuscripten meer aan. 

Als ik aan een uitgever zou voorstellen dat ik een boek schreef over mijn verzameling toeristenlepels, dan snapt iedereen wel dat die deur dicht blijft. Hoe dan wel? 


De uitgevers geven me niet uit, ze laten me niet eens binnen. Wie er binnenkomt is bekend, al dan niet door de partner en/of al snoeiberoemd in binnen- of buitenland. Beroemd door het beroep als, politicus, sporter, of als schrijver met veel plattaal. Een  beroemd buitenlandse schrijver die al “binnen” is om al dan niet vertaald te worden uitgegeven. Business is business.


Maar wat is er mooier om je dagboek, je niet roman, je half fictie en half non-fictie, je soort van essay, je verzameling mooie zinnen en oude woorden aaneen te rijgen tot iets met een inhoudsopgave, iets wat je zelf als een fotoboek doorbladert zodat je later, als de herinneringen jou in de steek laten, opnieuw kunt lezen, het wanneer en het waar. Zoals in de film “The Notebook” precies zo gebeurde. Hij leest zijn demente vrouw voor uit haar eigen werk. Een prachtig verhaal dat verfilmd werd en als boek van de Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks uitkwam in 1994 en meteen een bestseller werd, nadat veel uitgevers het weigerden. 


Ik weet niet hoe lang ik moet wachten om de titel “oudste schrijversdebutant van Nederland” te krijgen. Ik noem bewust niet debutant van Nederlandstalige boeken, want dat haal ik nooit meer in.

Die titel is voor Brigitta Simoens uit Gent. Zij debuteerde in 2019 met haar biografie “Eb & Vloed”. Ze is dan negentig jaar. Als je negentig bent dan heb je inderdaad veel te vertellen. De schrijfster is in februari 1923 overleden. Het boek is jammer genoeg niet meer te verkrijgen bij Standaardboekhandel.be, want volgens mij heeft ze een boeiend leven gehad. Haar herinneringen zullen blijven, nog generaties lang. 

zaterdag 15 maart 2025

BOMEN IN BRABANT

Woeste gronden, zandgronden, droog en onvruchtbaar. Enkele termen over Brabant wanneer je naslagwerken napluist van de Heemkundekring in Brabant.

Bossen, heide, rivieren en vennen met zowel loof- als naaldbomen. Vroeger een enorm jachtgebied, maar ook nu is er nog veel wild waar volgens regels op gejaagd mag worden. Hertogdom Brabant. Het vroegere bosrijke jachtgebied van de hertog is tegenwoordig de hoofdstad van het noordelijk deel van Brabant, ’s-Hertogenbosch. De vorige hertog en hertogin van Brabant, prins Philip en prinses Mathilde voelen zich ongetwijfeld met dit mooie gebied verbonden. De bossen bleven, en ondanks de staatsgrens midden in het hertogdom werd de hertog opgevolgd door zijn dochter hertogin Elisabeth.

In 2006 is het 900-jarig bestaan gevierd van heel Brabant. Een van de projecten was het aanplanten van maar liefst 900 bomen in het hele hertogdom, verdeeld over 251 gemeenten in de provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. De 900ste boom werd door hertog Philip en hertogin Mathilde aangeplant in Brussel. Voor dit grootse project kwam de zilverlinde in aanmerking, de Tilia tomentosa ‘Brabant’.

De lindeboom wordt zeer oud, 800 jaar is geen uitzondering. De Tilia tomentosa ‘Brabant’ met de fris groene bladeren in het voorjaar, de zilveren bladeren in de zomer, naar goud verkleurend in de herfst heeft een statig silhouet in de winter. Buiten het feit dat de Tilia in alle jaargetijden prachtig is als park- of laanboom, is deze van oudsher verbonden aan Brabant en zijn volk. 

De grootste Hollandse linde is te vinden in België in het kerkdorp Doyon in Havelange. De dikste zomerlinde, le tilleuil de Conjoux, nabij Ciney heeft een stamomtrek van 8,5 meter! Over het algemeen worden bomen in België ouder en dikker dan in Nederland.

De linde kan zeer veel last hebben van bladluis (Eucallipterus tiliae). Deze luis scheidt honingdauw af, een suikerhoudend vocht, waarop rupsen van de lindebladwesp (Caliroa annulipes) het blad wegvreten. Ook kan de Tilia bij langdurige droogte aangetast worden door spint (Eotetranychus tiliarum). De zilverlinde heeft weinig last van ziekten of luizen.

De Brabantse bomen gaan de hele wereld over.

De Tilia wordt in Brabant op grote schaal gekweekt en geëxporteerd. Een concentratie van vaak eeuwenoude boomkwekerijen vindt men in het noorden van Brabant tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Haaren, wordt daarom wel “de tuin van Brabant genoemd”. Zundert, een grensgemeente in het noordwestelijk deel van het hertogdom, bestaat uit vrijwel uitsluitend kwekerijen met bomenteelt. Diverse gemeenten maken zich sterk voor samenwerking op agrologistiek gebied zodat de concentratiegebieden van bomenteelt als ‘Brabant Greenport’ landelijk op de kaart kan worden gezet.

Fossiele resten van de Ginkgo Biloba vertellen de wetenschap dat deze boom met zijn fris groen waaierachtig blad geen streep veranderd is in tienduizenden jaren. In Brabant wordt deze oerboom nog steeds op grote schaal gekweekt.

In Europa zijn in bruinkoollagen ook fossiele resten gevonden van de Sequoia of mammoetboom, lid van de cypressenfamilie. Van nature komen ze voor langs de kust in Californië. De hoogste en grootste Sequoia ter wereld meet 115 meter hoog met een bodemomtrek van 40 meter. Tevens is deze mammoet de oudste boom ter wereld en werd hij na jaarringenonderzoek geschat op 3200 jaar. Hij deed er 1000 jaar over om volwassen te worden. In de tweede helft van de vorige eeuw werd de Sequoia in Europa als sierboom ingevoerd en aangeplant. In het Waalse Esneux staat de dikste sequoia die op 1,5 meter hoogte reeds een stamomtrek heeft van bijna negen meter. In het Sequoia National Park in Californië staat de General Sherman Tree met een hoogte van 83 meter en een omtrek van 26 meter.

De bloesem van de lindeboom is overbekend. De zacht geurende bloemen worden gebruikt voor kalmerende theeaftreksels, alsook voor shampoo- en badschuim-extracten. De bijen leveren heerlijke honing van de lindebloesem, maar ze worden er ook dronken van. Het zachte hout van de lindeboom is door de fijne nerf uitermate geschikt voor beeldhouwwerk en houtsnijwerk.

Bomen zijn de grootste en langstlevende bewoners van onze aarde. Staatsbosbeheer heeft ter gelegenheid van de geboorte van prinses Amalia in 260 gemeenten in Nederland een ‘koningslinde’ aangeboden.

Het landschap

Wat is er mooier dan door een Brabants dorp te fietsen en een boerderij te zien, beschermd en half verscholen door prachtige leilinden.

Zeker diep in de winter, wanneer de prachtige contouren van volwassen bomen structuur aan de omgeving geven herkennen we onmiddellijk de linde. In Engeland wordt de Hollandse linde tot de grootste loofbomen gerekend en wordt daar soms 46 meter hoog. De (Hongaarse) zilverlinde met zijn brede koepelkroon groeit tot 30 meter uit. Zijn Chinese neef, de Tilia oliveri heeft een 25 meter hoge koepel. De Tilia petiolaris tenslotte wordt 32 meter hoog en heeft in tegenstelling tot de andere linden een smalle kroon. Allemaal hebben ze sierlijke, kronkelige takken. Allemaal worden ze in Brabant gekweekt.

De heilige eik die met een groot gat in zijn vijfhonderdjarige stam nog steeds bladeren en eikels produceert. De majesteitelijke beuk met zijn satijnen stam, maar vooral de zilveren linde heeft een hertogelijk tintje. Wij Brabanders houden van onze koning; ieder de zijne, maar dat wij samen één hertogin hebben betekent een saamhorigheid. Nederlander of Belg, het maakt hier niet uit. We zijn Brabander en onze twintigjarige Hertogin is kroonprinses Elisabeth. Daar zijn we trots op.

maandag 24 februari 2025

EINDHOVEN vs BAYEUX

EINDHOVEN vs BAYEUX


Via Bayeux

Bayeux heeft meer dan het zeventig meter lange tapijt, waarop de slag bij Hastings werd afgebeeld. De stad die in de Keltische tijd werd gesticht, werd in 890 verwoest door de Vikingen. Onder het bewind van Willem de Veroveraar werd gestart met de bouw van de kathedraal. In 1450 werd de stad belegerd door de troepen van Koning Karel VII, tijdens de honderdjarige revolutie. 
In de Tweede Wereldoorlog werd Bayeux opnieuw op de kaart gezet. Het was de eerste stad in Frankrijk die werd bevrijd en Charles de Gaulle hield daar zijn eerste toespraak in het bevrijde gebied. In Bayeux werd tijdelijk de regering gehuisvest, zodat Bayeux zelfs even de hoofdstad van Frankrijk was. 

Zouden de Eindhovenaren weten dat zowel Bayeux als Eindhoven als eerste stad in hun land werden bevrijd? Vast wel, want Eindhoven heeft niet alleen een Bayeuxstraat maar ieder jaar opnieuw in september organiseert de stichting “18 September Festival” een uitwisseling met Eindhovense scholieren en wielrenners die het bevrijdingsvuur in Bayeux gaan ophalen dat daar op 16 september wordt ontstoken. De wielrenners brengen deze vlam in twee dagen op de fiets mee terug naar Eindhoven! 

Een fietstocht die per auto van Eindhoven naar Bayeux via de Michelin routeplanner maar liefst 620 kilometer lang is. Deze route zou voor mij weken duren. Dwars door Lille, langs Amiens, waar ik zou stoppen bij die kathedraal, ik zou ook stoppen in Rouen en zeker in het artiestenstadje Honfleur, wanneer ik net de Europabrug over ben, als dat allemaal met de fiets kan. 

Dankzij mijn slechte fietsconditie dwaal ik slechts virtueel op deze druilerige meidag door het mooie Calvados, door de eeuwen heen, van plaats naar plaats. Van Hastings naar Bayeux. Ik luister naar een fragment van een hoorcollege over het tapijt van Bayeux dat emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis professor Piet Leupen gaf in 2009 en dat op dvd werd uitgebracht. 

Ik mijmer over wekenlange fietstochten door dit schitterende land, niet om een vuur op te halen vanwege lang vervlogen tijden maar om een toeristenlepel te halen. Over toeristische wegen laat Michelin me vanaf mijn woonplaats 538 kilometer rijden naar Bayeux. Het lepeltje moet. Vanwege het tapijt. Vanwege professor Leupen en vanwege de Eindhovense wielrenners. Zij hebben volgens mij allemaal een souvenir uit Bayeux en ik heb niet eens een lepeltje voor de verzameling, want de gefrustreerde en verregende route die we jaren daarvoor door dat gebied reden bracht ons te gehaast, langs de kusten van Normandië.
Ik heb trouwens niet eens een lepeltje uit Eindhoven. Bij mijn eerstvolgend bezoek aan Nederland kom ik naar Eindhoven. Dat zal dan net op woensdag 18 september zijn. 
Toeval natuurlijk.


maandag 25 november 2024

Geen Appeltje voor de dorst

Een nieuwe pc kost meer kruim dan euro's, meer uro's dan euri's. Vandaag was het weer zover. Apple, dat wel, maar na enkele jaren wordt de oude te langzaam en ikzelf ben dat nog lang niet. Dus een nieuwe. De huidige brengt misschien nog iets op? Neen, dus. Te oud, na drie jaar. De nieuwe? Een stuk duurder dan de huidige. Maar na enkele uren en dagen beslissen nemen we toch die duurdere, waar, zo blijkt, veel minder op zit. Geen usb's meer en daar ook geen ingangen meer voor, geen drive waar een schijfje in past. Schijfjes worden allemaal afgeschaft. Ik moet een stekkertje aanschaffen waarin de usb kan en aan de andere kant past die in het minuscule openingetje. Ik moet een drive aanschaffen met de nodige aansluitingen zodat ik schijfjes kan draaien. En nog een ander dingetje waarmee ik de kaartjes van mijn fototoestel kan inlezen. Zeg maar dat er een dikke honderd euro bij komt. 

Maar dat is nog niet alles. Mijn Officepakket op een schijfje past dus niet meer en is bovendien verouderd net als de hele machine. Daar koop ik een kortonnen kaartje voor met een lang nummer wat honderdvijftig euro kost en dat gaat dan mijn pc lang mee. De licentie die mijn man dus eerder heeft aangeschaft mag ik niet gebruiken op mijn pc. Ieder de zijne en Apple schaart weer honderdvijftig euro voor dat genummerd kartonnetje naar binnen.

Leuk speelgoed is het wel. Allerlei dingen zijn veranderd, dus dat zoekt lekker uit. De programma's zijn zo gebruiksvriendelijk dat ik er niet meer bang voor ben, maar het genoeglijk allemaal zelf probeer uit te vogelen en op te lossen. Meteen had ik al ruzie met Siri, want die verschijnt niet meer met een knopje op mijn scherm, maar ik moet haar zoeken in de launchpad.

Mijn foto's kunnen ook de kliko in. Met het nieuwe programma kan ik mijn foto's niet overzetten, eerst moeten die naar een ander programma en daar worden ze heel wat bytes kleiner gemaakt, zodat ze bijna allemaal te klein worden om nog posters van te maken. Na twee foto's kwam ik daar al achter. De andere probeer ik niet eens. Alle veranderingen zijn geen verbeteringen. Althans niet voor de klant, ofschoon ze het wel anders brengen.

zaterdag 15 juni 2024

De kip was er eerder



Daphne, voor jou nu je twaalf bent.

 

DE KIP WAS ER EERST

Iedereen krijgt vroeg of laat de vervelende vraag wat er het eerst was, de kip of het ei. 

Eindelijk, na diepgaand onderzoek is hier het antwoord. 

Laat het iedereen maar lezen want het staat nu zwart op wit, dus is het echt waar: 

De kip was er eerder dan het ei.

Discussie gesloten. De oplossing is simpel.

 

In lang vervlogen tijden was de kip een zoogdier; zij baarde levende jongen die ze daarna zoogde. 

Het haantjesgedrag van haar partner vond zij dermate ongepast dat de kip tijdens de evolutie ervoor zorgde dat zij haar borsten kwijtraakte en slechts kippenvel overhield. 

Ook nu spreekt men nog van een kippenborst wanneer een borst onderontwikkeld is. 

De haan had niet veel meer om handen en verloor die dan ook. 

 

Ergens in de evolutie heeft de kip ook haar mooie bilpartij moeten afstaan. 

Eerder had zij een achtereind als een varken; heden moet zij genoegen nemen met een kippenkontje. Dat alles heeft er wel toe bijgedragen dat men niet meer spreekt van een ‘lekker kippetje’.

 

Er veranderde ook iets tussen de kippen onderling. 

Het haantje bleef wel steeds de voorste, maar aan de rangorde van kippen moest veel verbeterd worden.

Men organiseerde wedstrijden graantje pikken en omdat kippen niet goed uit hun doppen keken, het zgn. kippig zien, werd een pikorde ingesteld. 

De kip die het beste kon pikken werd nummer een. De rest pikte een graantje mee.

 

Tijdens de evolutie ontstond er tevens een probleem.  Toen de kip niet langer gecharmeerd was van het haantjesgedrag en haar kippenborst kreeg. Ze kon dus niet langer zogen. 

Een aantal generaties levend geboren kuikens stierf bijna van de honger maar toen het kippenbestand bijna tot nul was gereduceerd kwam de ultieme oplossing. 

De kip baarde niet langer een levend kuiken, maar baarde in een veel vroeger stadium.

Het ei. 

 

oma Jeanine







dinsdag 24 oktober 2023

BEZEMS

Het mooiste van het winterseizoen zijn de lange avonden. Vanaf vijf uur is het donker en is iedereen wel weg, behalve op de overvolle wegen, die ik zoveel mogelijk mijd. Nog voor het avondeten vloog ik eens even naar een vriendin, omdat zij mijn hoed klaar had. Blij de stad te kunnen verlaten, verwelkomde ik de duisternis van het bos. Geen wolkje aan de lucht en daar beneden was het aardedonker. Medusa mijn zwarte raaf ging voor mij zitten. Zonder haar scherpe blik zou ik de weg naar mijn vriendin niet zo snel vinden. Gelukkig vergezelde ze me op al mijn tochten. Bij Romana aangekomen rook haar hele keuken naar kruidige soep, waarin ze cholesterolverlagende artisjokblad en saffloerzaad had verwerkt. Op tafel stond een likeurtje van Eschscholzia klaar en een schaaltje gesuikerde kardemonzaden. Voorzichtig haalde ik de gedroogde bloemen van Eupatorium uit mijn jaszak samen met een grote hoeveelheid gedroogde adderwortel en gemalen wilgenschors, zodat zij een voorraad aspirientjes kon maken.

We zagen elkaar niet vaak en nooit lang dus wisselden we snel de laatste nieuwtjes uit. De hoed was mooi geworden. Mijn oude vod kieperde ik in haar vuilnisbak en ik paste de nieuwe. Heerlijk warm voelde die. Weer lukte het haar niet om de punt van de hoed helemaal recht te krijgen, zodat die als een kromme vinger bovenop mijn hoofd stond. De grote flap echter vormde een perfecte bescherming tegen regen en wind. Mijn lange witte haren konden er helemaal onder. Bij afscheid gaf de lieverd me zaden mee van de ginkgo, wat wortelschors van de braakwortelspirea plus hysopblad. Ik zou deze winter niet verkouden worden, ofschoon ik thuis nog veel siroop had van gedroogd malroveblad met gember.

Op de terugweg nam ik een andere route waar ik later erg blij om was. De uitgestelde reparatie aan mijn vehikel deed mij belanden in de krater van een omgevallen lindeboom. Medusa mekkerde wat en ik stelde haar gerust. Ik ging zitten en leunend tegen de onderkant van het wortelgestel verhielp ik het euvel, zodat we verder konden. In het licht van de sterren zag ik plotseling stobbezwammetjes staan en werd helemaal blij. Ze zijn zeldzaam, zeker in november. Ik plukte er zoveel ik mee kon nemen, maar werd voor straf her en der in mijn handen geprikt. Ik baalde dat ik geen balsemwormkruidzalf bij me had, zodat ik nog naar de tuin moest van dat grote huis even verderop, waar ik zo geruisloos mogelijk probeerde te landen. De hond blafte niet. Zijn volkje zat waarschijnlijk op dit uur te eten. Bovendien was ik in mijn jas vrijwel onzichtbaar. Snel sneed ik wat blaadjes van het daar groeiende huislook en smeerde het witte sap op mijn pijnlijke handen. Het verzachtte onmiddellijk. De verdere tocht ging probleemloos, zeker omdat er geen wolken waren, zodat ik ongezien de fel verlichtte wegen kon oversteken op weg naar mijn veilige huis.

Thuisgekomen maakte ik onmiddellijk een warm vuur en kookte een eenvoudige maaltijd. Medusa mijn zevenjarige vriendin lette goed op. Ze keek nijdig naar Remus mijn even oude kat waar zij al haar hele leven een hekel aan heeft. Later bakte ik de geurige stobbezwammetjes helemaal gaar in volle boter, waarna ik er dikke soep van maakte samen met wat gedroogd kleefkruid, een snuifje galega, ei, lavas, ui en wortelen. Veel smakelijker dan de heksenboleten die ik met iets te veel azijn had ingemaakt. De komende paar weken kreeg ik het erg druk. De volgende dag begon ik aan mijn belangrijkste klus. Hiervoor had ik de beste wilgentakken verzameld, want ik had een naam hoog te houden. Een bestelling van maar liefst vier bezems en, uiteraard een nieuwe voor mijzelf.
De snelste.




dinsdag 4 juli 2023

Taupinière

Tuinarchitecten en hoveniers gruwen ervan. Ik vind ze best vermakelijk. Leuk ook om te zien. 
Hoewel ik ze nooit in het echt zag, maar alleen in teken- en natuurfilms hebben ze een hoog knuffelgehalte. 
Trouwens wat ik ook mooi vind om te zien is hun teken van aanwezigheid op het mooie gazon, of liever gezegd, daaronder. Op golfterreinen zie je ze niet, maar degene die daarvan het gazon moet onderhouden zal er ongetwijfeld van wakker liggen en de deugnietjes die de hoopjes veroorzaken naar het leven staan.

Omdat zij ondergronds werken en me helpen zonder dat te weten, zijn zij mijn beste maatjes. 
In de vroege ochtend trek ik erop uit. Grote groene laarzen aan en gewapend met een emmer en schepje, loop ik van molshoop naar molshoop om de door hun losgewoelde klei in de emmer te scheppen. Vier molshopen zijn goed voor een emmer tuinaarde. De aldus gevulde emmer gooi ik leeg in een grote betonnen trog, waar straks de geraniums in moeten en al dat andere moois dat rond half mei naar buiten mag. 


Vanmiddag was het warm. De kerria is moet worden teruggezet en mijn zelfgezaaide vlinderstruik maakt zich nu alweer op om volgend jaar zomer nog meer bloemen te produceren. De oktoberzon prikt in mijn rug, wanneer ik met mijn emmer voor de vijfde keer die middag het veld inloop om vier molshopen te “rapen”. Ik stoor de diertjes toch niet hoop ik. Neen, vast niet. Ze slapen al lang weer, na een lange nacht van graven. Ik ben ze er dankbaar voor. In deze zware klei werken valt niet altijd mee. Mijn laarzen hebben in no-time plateau zolen, wanneer de grond nat is. Met een schroevendraaier kan ik nog slechts met moeite de dikke kleilaag uit mijn profielzolen peuteren. Wanneer de grond te droog is, kom ik er met geen enkele mogelijkheid meer doorheen. Zij wel. Mijn molshoopgetrainde ogen zien iedere oneffenheid in het nog redelijk korte gras. Natuurlijk laat ik enkele molshopen ongemoeid. 


Omdat ik toch steeds met een Frans-Nederlands woordenboek rondloop kijk ik even naar de vertaling. Dacht ik het niet? La Taupe. Een prachtig woord, dat ik echter in verband breng met een mooie kleur en niet met mijn behulpzame vriendje. De naam voor mijn stukje grond is nu snel gevonden. Een prachtig woord als benaming voor mijn tuin. Een mooie naam vanwege dat leuke diertje dat mij altijd weer komt helpen: “La Taupinière”.