donderdag 20 maart 2025

DEBUTANT

Als ik dan mijn eigen teksten in gedrukte vorm nogmaals doorlees, dan vind ik het maar zozo. Een ander schrijft mooier, vloeiender, en vast interessanter. De titel op de cover staat te hoog in verhouding tot het boek. Honderdzestig pagina’s is maar één centimeter dik. Ik dacht dat het wel een dikkere pil zou zijn. 


Een  verwijzing naar mijn debuut durf ik niet eens op Facebook te zetten, bang dat iemand het leest en afkraakt. Het zijn geen romans. Ik moet zoeken wat het dan wel is. Een essay, dat is toch wetenschappelijk verantwoord met een eigen interpretatie? Volgens mij mag dat maar 60 pagina’s zijn – nog geen halve centimeter -, maar het essay dat ik schreef heeft er ruim honderd, dus daar klopt geen bal van. 

"Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een wetenschappelijk, cultureel of filosofisch onderwerp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen", lees ik op internet. Is het een guilty pleasure, als het over mijn lepeltjesverzameling gaat? 

Daar durf ik eveneens geen ruchtbaarheid aan te geven. Dat heet schrijfschaamte toch? “Een schuldig genoegen is iets, zoals een film, een televisieprogramma of een muziekstuk; dat men geniet ondanks het feit dat men het verhaal niet hoog acht, of als ongewoon of vreemd wordt beschouwd”, lees ik verder.


Mijn verhaal scoort vast niet hoog, maar ik heb er wel plezier aan beleefd en ik heb er nog steeds lol in. Neen, ik denk niet dat Maarten van Rossum gelijk had toen hij eens bij DWDD vertelde dat al die duizenden huisvrouwen die schrijven, hun "troep" maar beter kunnen weggeooien. Zo ver hoeft het niet te komen, Maarten; de uitgever doet dit voorwerk al. Ze reageerden meestal niet als ik “iets” instuurde waar ik al gauw drie jaar aan heb gewerkt. Veel uitgevers nemen zelfs geen manuscripten meer aan. 

Als ik aan een uitgever zou voorstellen dat ik een boek schreef over mijn verzameling toeristenlepels, dan snapt iedereen wel dat die deur dicht blijft. Hoe dan wel? 


De uitgevers geven me niet uit, ze laten me niet eens binnen. Wie er binnenkomt is bekend, al dan niet door de partner en/of al snoeiberoemd in binnen- of buitenland. Beroemd door het beroep als, politicus, sporter, of als schrijver met veel plattaal. Een  beroemd buitenlandse schrijver die al “binnen” is om al dan niet vertaald te worden uitgegeven. Business is business.


Maar wat is er mooier om je dagboek, je niet roman, je half fictie en half non-fictie, je soort van essay, je verzameling mooie zinnen en oude woorden aaneen te rijgen tot iets met een inhoudsopgave, iets wat je zelf als een fotoboek doorbladert zodat je later, als de herinneringen jou in de steek laten, opnieuw kunt lezen, het wanneer en het waar. Zoals in de film “The Notebook” precies zo gebeurde. Hij leest zijn demente vrouw voor uit haar eigen werk. Een prachtig verhaal dat verfilmd werd en als boek van de Amerikaanse schrijver Nicholas Sparks uitkwam in 1994 en meteen een bestseller werd, nadat veel uitgevers het weigerden. 


Ik weet niet hoe lang ik moet wachten om de titel “oudste schrijversdebutant van Nederland” te krijgen. Ik noem bewust niet debutant van Nederlandstalige boeken, want dat haal ik nooit meer in.

Die titel is voor Brigitta Simoens uit Gent. Zij debuteerde in 2019 met haar biografie “Eb & Vloed”. Ze is dan negentig jaar. Als je negentig bent dan heb je inderdaad veel te vertellen. De schrijfster is in februari 1923 overleden. Het boek is jammer genoeg niet meer te verkrijgen bij Standaardboekhandel.be, want volgens mij heeft ze een boeiend leven gehad. Haar herinneringen zullen blijven, nog generaties lang. 

zaterdag 15 maart 2025

BOMEN IN BRABANT

Woeste gronden, zandgronden, droog en onvruchtbaar. Enkele termen over Brabant wanneer je naslagwerken napluist van de Heemkundekring in Brabant.

Bossen, heide, rivieren en vennen met zowel loof- als naaldbomen. Vroeger een enorm jachtgebied, maar ook nu is er nog veel wild waar volgens regels op gejaagd mag worden. Hertogdom Brabant. Het vroegere bosrijke jachtgebied van de hertog is tegenwoordig de hoofdstad van het noordelijk deel van Brabant, ’s-Hertogenbosch. De vorige hertog en hertogin van Brabant, prins Philip en prinses Mathilde voelen zich ongetwijfeld met dit mooie gebied verbonden. De bossen bleven, en ondanks de staatsgrens midden in het hertogdom werd de hertog opgevolgd door zijn dochter hertogin Elisabeth.

In 2006 is het 900-jarig bestaan gevierd van heel Brabant. Een van de projecten was het aanplanten van maar liefst 900 bomen in het hele hertogdom, verdeeld over 251 gemeenten in de provincies Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. De 900ste boom werd door hertog Philip en hertogin Mathilde aangeplant in Brussel. Voor dit grootse project kwam de zilverlinde in aanmerking, de Tilia tomentosa ‘Brabant’.

De lindeboom wordt zeer oud, 800 jaar is geen uitzondering. De Tilia tomentosa ‘Brabant’ met de fris groene bladeren in het voorjaar, de zilveren bladeren in de zomer, naar goud verkleurend in de herfst heeft een statig silhouet in de winter. Buiten het feit dat de Tilia in alle jaargetijden prachtig is als park- of laanboom, is deze van oudsher verbonden aan Brabant en zijn volk. 

De grootste Hollandse linde is te vinden in België in het kerkdorp Doyon in Havelange. De dikste zomerlinde, le tilleuil de Conjoux, nabij Ciney heeft een stamomtrek van 8,5 meter! Over het algemeen worden bomen in België ouder en dikker dan in Nederland.

De linde kan zeer veel last hebben van bladluis (Eucallipterus tiliae). Deze luis scheidt honingdauw af, een suikerhoudend vocht, waarop rupsen van de lindebladwesp (Caliroa annulipes) het blad wegvreten. Ook kan de Tilia bij langdurige droogte aangetast worden door spint (Eotetranychus tiliarum). De zilverlinde heeft weinig last van ziekten of luizen.

De Brabantse bomen gaan de hele wereld over.

De Tilia wordt in Brabant op grote schaal gekweekt en geëxporteerd. Een concentratie van vaak eeuwenoude boomkwekerijen vindt men in het noorden van Brabant tussen Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Haaren, wordt daarom wel “de tuin van Brabant genoemd”. Zundert, een grensgemeente in het noordwestelijk deel van het hertogdom, bestaat uit vrijwel uitsluitend kwekerijen met bomenteelt. Diverse gemeenten maken zich sterk voor samenwerking op agrologistiek gebied zodat de concentratiegebieden van bomenteelt als ‘Brabant Greenport’ landelijk op de kaart kan worden gezet.

Fossiele resten van de Ginkgo Biloba vertellen de wetenschap dat deze boom met zijn fris groen waaierachtig blad geen streep veranderd is in tienduizenden jaren. In Brabant wordt deze oerboom nog steeds op grote schaal gekweekt.

In Europa zijn in bruinkoollagen ook fossiele resten gevonden van de Sequoia of mammoetboom, lid van de cypressenfamilie. Van nature komen ze voor langs de kust in Californië. De hoogste en grootste Sequoia ter wereld meet 115 meter hoog met een bodemomtrek van 40 meter. Tevens is deze mammoet de oudste boom ter wereld en werd hij na jaarringenonderzoek geschat op 3200 jaar. Hij deed er 1000 jaar over om volwassen te worden. In de tweede helft van de vorige eeuw werd de Sequoia in Europa als sierboom ingevoerd en aangeplant. In het Waalse Esneux staat de dikste sequoia die op 1,5 meter hoogte reeds een stamomtrek heeft van bijna negen meter. In het Sequoia National Park in Californië staat de General Sherman Tree met een hoogte van 83 meter en een omtrek van 26 meter.

De bloesem van de lindeboom is overbekend. De zacht geurende bloemen worden gebruikt voor kalmerende theeaftreksels, alsook voor shampoo- en badschuim-extracten. De bijen leveren heerlijke honing van de lindebloesem, maar ze worden er ook dronken van. Het zachte hout van de lindeboom is door de fijne nerf uitermate geschikt voor beeldhouwwerk en houtsnijwerk.

Bomen zijn de grootste en langstlevende bewoners van onze aarde. Staatsbosbeheer heeft ter gelegenheid van de geboorte van prinses Amalia in 260 gemeenten in Nederland een ‘koningslinde’ aangeboden.

Het landschap

Wat is er mooier dan door een Brabants dorp te fietsen en een boerderij te zien, beschermd en half verscholen door prachtige leilinden.

Zeker diep in de winter, wanneer de prachtige contouren van volwassen bomen structuur aan de omgeving geven herkennen we onmiddellijk de linde. In Engeland wordt de Hollandse linde tot de grootste loofbomen gerekend en wordt daar soms 46 meter hoog. De (Hongaarse) zilverlinde met zijn brede koepelkroon groeit tot 30 meter uit. Zijn Chinese neef, de Tilia oliveri heeft een 25 meter hoge koepel. De Tilia petiolaris tenslotte wordt 32 meter hoog en heeft in tegenstelling tot de andere linden een smalle kroon. Allemaal hebben ze sierlijke, kronkelige takken. Allemaal worden ze in Brabant gekweekt.

De heilige eik die met een groot gat in zijn vijfhonderdjarige stam nog steeds bladeren en eikels produceert. De majesteitelijke beuk met zijn satijnen stam, maar vooral de zilveren linde heeft een hertogelijk tintje. Wij Brabanders houden van onze koning; ieder de zijne, maar dat wij samen één hertogin hebben betekent een saamhorigheid. Nederlander of Belg, het maakt hier niet uit. We zijn Brabander en onze twintigjarige Hertogin is kroonprinses Elisabeth. Daar zijn we trots op.

maandag 24 februari 2025

EINDHOVEN vs BAYEUX

EINDHOVEN vs BAYEUX


Via Bayeux

Bayeux heeft meer dan het zeventig meter lange tapijt, waarop de slag bij Hastings werd afgebeeld. De stad die in de Keltische tijd werd gesticht, werd in 890 verwoest door de Vikingen. Onder het bewind van Willem de Veroveraar werd gestart met de bouw van de kathedraal. In 1450 werd de stad belegerd door de troepen van Koning Karel VII, tijdens de honderdjarige revolutie. 
In de Tweede Wereldoorlog werd Bayeux opnieuw op de kaart gezet. Het was de eerste stad in Frankrijk die werd bevrijd en Charles de Gaulle hield daar zijn eerste toespraak in het bevrijde gebied. In Bayeux werd tijdelijk de regering gehuisvest, zodat Bayeux zelfs even de hoofdstad van Frankrijk was. 

Zouden de Eindhovenaren weten dat zowel Bayeux als Eindhoven als eerste stad in hun land werden bevrijd? Vast wel, want Eindhoven heeft niet alleen een Bayeuxstraat maar ieder jaar opnieuw in september organiseert de stichting “18 September Festival” een uitwisseling met Eindhovense scholieren en wielrenners die het bevrijdingsvuur in Bayeux gaan ophalen dat daar op 16 september wordt ontstoken. De wielrenners brengen deze vlam in twee dagen op de fiets mee terug naar Eindhoven! 

Een fietstocht die per auto van Eindhoven naar Bayeux via de Michelin routeplanner maar liefst 620 kilometer lang is. Deze route zou voor mij weken duren. Dwars door Lille, langs Amiens, waar ik zou stoppen bij die kathedraal, ik zou ook stoppen in Rouen en zeker in het artiestenstadje Honfleur, wanneer ik net de Europabrug over ben, als dat allemaal met de fiets kan. 

Dankzij mijn slechte fietsconditie dwaal ik slechts virtueel op deze druilerige meidag door het mooie Calvados, door de eeuwen heen, van plaats naar plaats. Van Hastings naar Bayeux. Ik luister naar een fragment van een hoorcollege over het tapijt van Bayeux dat emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis professor Piet Leupen gaf in 2009 en dat op dvd werd uitgebracht. 

Ik mijmer over wekenlange fietstochten door dit schitterende land, niet om een vuur op te halen vanwege lang vervlogen tijden maar om een toeristenlepel te halen. Over toeristische wegen laat Michelin me vanaf mijn woonplaats 538 kilometer rijden naar Bayeux. Het lepeltje moet. Vanwege het tapijt. Vanwege professor Leupen en vanwege de Eindhovense wielrenners. Zij hebben volgens mij allemaal een souvenir uit Bayeux en ik heb niet eens een lepeltje voor de verzameling, want de gefrustreerde en verregende route die we jaren daarvoor door dat gebied reden bracht ons te gehaast, langs de kusten van Normandië.
Ik heb trouwens niet eens een lepeltje uit Eindhoven. Bij mijn eerstvolgend bezoek aan Nederland kom ik naar Eindhoven. Dat zal dan net op woensdag 18 september zijn. 
Toeval natuurlijk.


maandag 25 november 2024

Geen Appeltje voor de dorst

Een nieuwe pc kost meer kruim dan euro's, meer uro's dan euri's. Vandaag was het weer zover. Apple, dat wel, maar na enkele jaren wordt de oude te langzaam en ikzelf ben dat nog lang niet. Dus een nieuwe. De huidige brengt misschien nog iets op? Neen, dus. Te oud, na drie jaar. De nieuwe? Een stuk duurder dan de huidige. Maar na enkele uren en dagen beslissen nemen we toch die duurdere, waar, zo blijkt, veel minder op zit. Geen usb's meer en daar ook geen ingangen meer voor, geen drive waar een schijfje in past. Schijfjes worden allemaal afgeschaft. Ik moet een stekkertje aanschaffen waarin de usb kan en aan de andere kant past die in het minuscule openingetje. Ik moet een drive aanschaffen met de nodige aansluitingen zodat ik schijfjes kan draaien. En nog een ander dingetje waarmee ik de kaartjes van mijn fototoestel kan inlezen. Zeg maar dat er een dikke honderd euro bij komt. 

Maar dat is nog niet alles. Mijn Officepakket op een schijfje past dus niet meer en is bovendien verouderd net als de hele machine. Daar koop ik een kortonnen kaartje voor met een lang nummer wat honderdvijftig euro kost en dat gaat dan mijn pc lang mee. De licentie die mijn man dus eerder heeft aangeschaft mag ik niet gebruiken op mijn pc. Ieder de zijne en Apple schaart weer honderdvijftig euro voor dat genummerd kartonnetje naar binnen.

Leuk speelgoed is het wel. Allerlei dingen zijn veranderd, dus dat zoekt lekker uit. De programma's zijn zo gebruiksvriendelijk dat ik er niet meer bang voor ben, maar het genoeglijk allemaal zelf probeer uit te vogelen en op te lossen. Meteen had ik al ruzie met Siri, want die verschijnt niet meer met een knopje op mijn scherm, maar ik moet haar zoeken in de launchpad.

Mijn foto's kunnen ook de kliko in. Met het nieuwe programma kan ik mijn foto's niet overzetten, eerst moeten die naar een ander programma en daar worden ze heel wat bytes kleiner gemaakt, zodat ze bijna allemaal te klein worden om nog posters van te maken. Na twee foto's kwam ik daar al achter. De andere probeer ik niet eens. Alle veranderingen zijn geen verbeteringen. Althans niet voor de klant, ofschoon ze het wel anders brengen.

zaterdag 15 juni 2024

De kip was er eerder



Daphne, voor jou nu je twaalf bent.

 

DE KIP WAS ER EERST

Iedereen krijgt vroeg of laat de vervelende vraag wat er het eerst was, de kip of het ei. 

Eindelijk, na diepgaand onderzoek is hier het antwoord. 

Laat het iedereen maar lezen want het staat nu zwart op wit, dus is het echt waar: 

De kip was er eerder dan het ei.

Discussie gesloten. De oplossing is simpel.

 

In lang vervlogen tijden was de kip een zoogdier; zij baarde levende jongen die ze daarna zoogde. 

Het haantjesgedrag van haar partner vond zij dermate ongepast dat de kip tijdens de evolutie ervoor zorgde dat zij haar borsten kwijtraakte en slechts kippenvel overhield. 

Ook nu spreekt men nog van een kippenborst wanneer een borst onderontwikkeld is. 

De haan had niet veel meer om handen en verloor die dan ook. 

 

Ergens in de evolutie heeft de kip ook haar mooie bilpartij moeten afstaan. 

Eerder had zij een achtereind als een varken; heden moet zij genoegen nemen met een kippenkontje. Dat alles heeft er wel toe bijgedragen dat men niet meer spreekt van een ‘lekker kippetje’.

 

Er veranderde ook iets tussen de kippen onderling. 

Het haantje bleef wel steeds de voorste, maar aan de rangorde van kippen moest veel verbeterd worden.

Men organiseerde wedstrijden graantje pikken en omdat kippen niet goed uit hun doppen keken, het zgn. kippig zien, werd een pikorde ingesteld. 

De kip die het beste kon pikken werd nummer een. De rest pikte een graantje mee.

 

Tijdens de evolutie ontstond er tevens een probleem.  Toen de kip niet langer gecharmeerd was van het haantjesgedrag en haar kippenborst kreeg. Ze kon dus niet langer zogen. 

Een aantal generaties levend geboren kuikens stierf bijna van de honger maar toen het kippenbestand bijna tot nul was gereduceerd kwam de ultieme oplossing. 

De kip baarde niet langer een levend kuiken, maar baarde in een veel vroeger stadium.

Het ei. 

 

oma Jeanine







dinsdag 24 oktober 2023

BEZEMS

Het mooiste van het winterseizoen zijn de lange avonden. Vanaf vijf uur is het donker en is iedereen wel weg, behalve op de overvolle wegen, die ik zoveel mogelijk mijd. Nog voor het avondeten vloog ik eens even naar een vriendin, omdat zij mijn hoed klaar had. Blij de stad te kunnen verlaten, verwelkomde ik de duisternis van het bos. Geen wolkje aan de lucht en daar beneden was het aardedonker. Medusa mijn zwarte raaf ging voor mij zitten. Zonder haar scherpe blik zou ik de weg naar mijn vriendin niet zo snel vinden. Gelukkig vergezelde ze me op al mijn tochten. Bij Romana aangekomen rook haar hele keuken naar kruidige soep, waarin ze cholesterolverlagende artisjokblad en saffloerzaad had verwerkt. Op tafel stond een likeurtje van Eschscholzia klaar en een schaaltje gesuikerde kardemonzaden. Voorzichtig haalde ik de gedroogde bloemen van Eupatorium uit mijn jaszak samen met een grote hoeveelheid gedroogde adderwortel en gemalen wilgenschors, zodat zij een voorraad aspirientjes kon maken.

We zagen elkaar niet vaak en nooit lang dus wisselden we snel de laatste nieuwtjes uit. De hoed was mooi geworden. Mijn oude vod kieperde ik in haar vuilnisbak en ik paste de nieuwe. Heerlijk warm voelde die. Weer lukte het haar niet om de punt van de hoed helemaal recht te krijgen, zodat die als een kromme vinger bovenop mijn hoofd stond. De grote flap echter vormde een perfecte bescherming tegen regen en wind. Mijn lange witte haren konden er helemaal onder. Bij afscheid gaf de lieverd me zaden mee van de ginkgo, wat wortelschors van de braakwortelspirea plus hysopblad. Ik zou deze winter niet verkouden worden, ofschoon ik thuis nog veel siroop had van gedroogd malroveblad met gember.

Op de terugweg nam ik een andere route waar ik later erg blij om was. De uitgestelde reparatie aan mijn vehikel deed mij belanden in de krater van een omgevallen lindeboom. Medusa mekkerde wat en ik stelde haar gerust. Ik ging zitten en leunend tegen de onderkant van het wortelgestel verhielp ik het euvel, zodat we verder konden. In het licht van de sterren zag ik plotseling stobbezwammetjes staan en werd helemaal blij. Ze zijn zeldzaam, zeker in november. Ik plukte er zoveel ik mee kon nemen, maar werd voor straf her en der in mijn handen geprikt. Ik baalde dat ik geen balsemwormkruidzalf bij me had, zodat ik nog naar de tuin moest van dat grote huis even verderop, waar ik zo geruisloos mogelijk probeerde te landen. De hond blafte niet. Zijn volkje zat waarschijnlijk op dit uur te eten. Bovendien was ik in mijn jas vrijwel onzichtbaar. Snel sneed ik wat blaadjes van het daar groeiende huislook en smeerde het witte sap op mijn pijnlijke handen. Het verzachtte onmiddellijk. De verdere tocht ging probleemloos, zeker omdat er geen wolken waren, zodat ik ongezien de fel verlichtte wegen kon oversteken op weg naar mijn veilige huis.

Thuisgekomen maakte ik onmiddellijk een warm vuur en kookte een eenvoudige maaltijd. Medusa mijn zevenjarige vriendin lette goed op. Ze keek nijdig naar Remus mijn even oude kat waar zij al haar hele leven een hekel aan heeft. Later bakte ik de geurige stobbezwammetjes helemaal gaar in volle boter, waarna ik er dikke soep van maakte samen met wat gedroogd kleefkruid, een snuifje galega, ei, lavas, ui en wortelen. Veel smakelijker dan de heksenboleten die ik met iets te veel azijn had ingemaakt. De komende paar weken kreeg ik het erg druk. De volgende dag begon ik aan mijn belangrijkste klus. Hiervoor had ik de beste wilgentakken verzameld, want ik had een naam hoog te houden. Een bestelling van maar liefst vier bezems en, uiteraard een nieuwe voor mijzelf.
De snelste.




dinsdag 4 juli 2023

Taupinière

Tuinarchitecten en hoveniers gruwen ervan. Ik vind ze best vermakelijk. Leuk ook om te zien. 
Hoewel ik ze nooit in het echt zag, maar alleen in teken- en natuurfilms hebben ze een hoog knuffelgehalte. 
Trouwens wat ik ook mooi vind om te zien is hun teken van aanwezigheid op het mooie gazon, of liever gezegd, daaronder. Op golfterreinen zie je ze niet, maar degene die daarvan het gazon moet onderhouden zal er ongetwijfeld van wakker liggen en de deugnietjes die de hoopjes veroorzaken naar het leven staan.

Omdat zij ondergronds werken en me helpen zonder dat te weten, zijn zij mijn beste maatjes. 
In de vroege ochtend trek ik erop uit. Grote groene laarzen aan en gewapend met een emmer en schepje, loop ik van molshoop naar molshoop om de door hun losgewoelde klei in de emmer te scheppen. Vier molshopen zijn goed voor een emmer tuinaarde. De aldus gevulde emmer gooi ik leeg in een grote betonnen trog, waar straks de geraniums in moeten en al dat andere moois dat rond half mei naar buiten mag. 


Vanmiddag was het warm. De kerria is moet worden teruggezet en mijn zelfgezaaide vlinderstruik maakt zich nu alweer op om volgend jaar zomer nog meer bloemen te produceren. De oktoberzon prikt in mijn rug, wanneer ik met mijn emmer voor de vijfde keer die middag het veld inloop om vier molshopen te “rapen”. Ik stoor de diertjes toch niet hoop ik. Neen, vast niet. Ze slapen al lang weer, na een lange nacht van graven. Ik ben ze er dankbaar voor. In deze zware klei werken valt niet altijd mee. Mijn laarzen hebben in no-time plateau zolen, wanneer de grond nat is. Met een schroevendraaier kan ik nog slechts met moeite de dikke kleilaag uit mijn profielzolen peuteren. Wanneer de grond te droog is, kom ik er met geen enkele mogelijkheid meer doorheen. Zij wel. Mijn molshoopgetrainde ogen zien iedere oneffenheid in het nog redelijk korte gras. Natuurlijk laat ik enkele molshopen ongemoeid. 


Omdat ik toch steeds met een Frans-Nederlands woordenboek rondloop kijk ik even naar de vertaling. Dacht ik het niet? La Taupe. Een prachtig woord, dat ik echter in verband breng met een mooie kleur en niet met mijn behulpzame vriendje. De naam voor mijn stukje grond is nu snel gevonden. Een prachtig woord als benaming voor mijn tuin. Een mooie naam vanwege dat leuke diertje dat mij altijd weer komt helpen: “La Taupinière”. 



dinsdag 21 maart 2023

Hemels Drama

Ik haalde wat foto’s van mijn camera, ondermeer die ik maakte tegen de avond, toen de zon nog net boven ons huis uitkwam en ik de donkere wolken zag binnen drijven vanuit het westen. De blauwe lucht werd gevuld met witte wolken en dreigende donkere wolken, die blauw leken te worden. 


De zon achter mijn rug speelde een spelletje met die wolkenpartijen en zette ze in een gouden gloed, zodat het lijkt alsof hij achter de wolken schijnt en verdwijnt. “Achter de wolken schijnt immers de zon”. 


Niks was minder waar. De zon was daar helemaal niet. Hij stond zo’n beetje laag aan de andere kant van de hemel te wachten totdat die donkere wolken langs hem heen waren gevaren en toen bescheen hij de hele boel, zodat de donkere wolken blauw werden, terwijl er geen blauwe lucht meer te zien was. 


Het licht waarmee hij speelde gaf nogal wat drama te zien. Dat drama en daarmee de fantastische kleuren overstegen de kleuren van de eerdere coverfoto die ik voor het boek in petto had. Dit was de ultieme foto. Deze foto, waarop het lijkt alsof de zon achter de wolken staat, maar hij hangt gewoon in een wolkeloze lucht. 

En lol dat ie had. Nou, dat had ik ook. 


Ik legde het kleurenspektakel vast en prikte de foto op de voorkant van mijn dictee waaraan ik nu bijna drie jaar werk.


Dit wordt zo ongeveer de coverfoto van mijn nieuwste boek: "Granieten Rozen". Het komt volgend jaar maart uit. Nog even wachten dus.

Jeanine Leytens





zondag 5 december 2021

DE BEUK ERIN

 

In de top van de beuk zit een zwerm kraaiende eksters, of kraaien met eksterogen. Ik kan het niet goed zien, omdat ik geen arendsogen heb, maar ze vergaderen even schreeuwend als ze dagelijks tegen zonsondergang doen. Toch zullen die schreeuwerds morgen vreemd uit hun dopjes kijken als de meeste grote takken uit hun boom zijn verdwenen na een uurtje of vijf, zes zagen. Hebben ze weer maandenlang stof om over te vergaderen. 


Er rest dan alleen nog maar de top van de boom. De lager gelegen takken waren ongetwijfeld het onderkomen van honderd andere vogels; zoals onze specht, de mooie gaai, de kleurrijke boomklever en de “gewone” boomkruiper. De magere groene specht en de volslanke gaai delen vaak dezelfde takken. De klever en kruiper pakken fluitend de hele stam. De gaai kijkt altijd naar ze en is vast jaloers dat hij niet zo mooi kan zingen als kruiper en klimmer. De specht neemt nog steeds genoegen met de stam, waarna die twee kleinere vogels op de wondjes duiken alsof er meteen na de hakpartij van de specht al wondjes zijn in de schors van mijn boom. De boomklever lijkt veel op het roodborstje, maar die zit bijna altijd op de grond, of op onze stenen trol, die tegen de stam van de beuk staat. Ik zal de twee stamacrobaten gaan missen, zeker in het voorjaar. 


Vanaf morgen is hun habitat weg. Waar ze zich deze winter moeten vestigen weet ik niet. De boomkruiper nestelt wel in kasten, huisjes en spleten of kieren. Misschien komt het met de boomkruiper wel goed. De boomklever moet in de vrijwel kale stam toch beschutting zoeken, maar hij zal wel kwetsbaar zijn. De gaai zal even vreemd opkijken en de specht zal doorgaan met kappen. De schreeuwende eksters zullen ook vreemd om zich heen kijken, maar ze zullen snel wennen. Net zoals het koppeltje tortelduiven dat hier al zo lang woont, zullen de andere vogels zich snel aanpassen. Ze hebben geen keus. Hun boom is aan zijn einde. Onder aan zijn stam heb ik twee zaailingen op laten groeien. Ze zijn nu een jaar of acht. Nog te klein om al vogels te kunnen beschermen, maar het begin is gemaakt. Het roodborstje gaat wel vaak even op een van zijn dunne takjes zitten, of is dat de boomklever?




vrijdag 20 augustus 2021

Blogs geboekt

Eind november 2020 zijn al mijn blogs in boekvorm uitgegeven. Het is een mooi boek geworden met bijna 300 pagina's. Geen boek om in een keer uit te lezen. Wel om op uw nachtkastje te leggen en er af en toe een kort verhaaltje uit te lezen. Negentig of eenennegentig blogs en columns die over mijn passie voor tuinieren gaan, over mijn lepeltjesverzameling, over mijn mislukkingen en mijn winsten. Ze gaan over ons leven in de Dordogne, en over de pelgrims die hier overnachtten. Blogs over mijn man en over onze kinderen en kleinkinderen. Soms over de vakanties en zelfs even over de lock-down.

Bref, niks menselijks is mij vreemd.

Misschien schrijf ik wel weer nieuwe blogs. Het leven is er mooi genoeg voor, de tuin ook, maar misschien wil ik straks over heel andere dingen schrijven. Over mensen van vroeger wellicht.

Fijn dat u mijn blogs las. Bij Amazon.de, of Amazon.fr en it., of es. kunt u het boek bestellen. De titel is "Ongeschreven regels", zoals de laatste blog, die hier stond.

Onderstaand de foto. De onderste foto is natuurlijk van een paar winters geleden, maar ik heb die wel in mijn tuin gemaakt.

Tot ziens,

Jeanine Leytens


dinsdag 22 juni 2021

STOUTE SCHOENEN

Onverwacht vertrokken we dinsdag naar Parijs. Onverwacht vond ik meteen een parkeerplek in de rue Saint Denis, waar het onmogelijk is, een parkeerplek te vinden. We liepen die straat - vol met terrasjes - uit, staken een plein over en liepen verder achter het Louvre door in de rue Rivoli. Die straat was langer dan verwacht, want weer staken we pleinen over met overvolle terrasjes. Dit is wat Parijs zo leuk maakt. De volgende straat was rue Saint Honoré en daar bij nummer 200, aangekomen moesten we nog een stuk verder rechtdoor lopen naar nummer 400 geloof ik. 


Alles bij elkaar hebben we ongeveer twee uur gelopen. Dikke voeten en een kapotte kleine teen door een blaar. Het was meer dan dertig graden en dan zo’n wandeling op slippers. 

Aldus strompelend gingen wij de meest dure schoenwinkel binnen die ik ooit had gezien en zeker niet vanbinnen. Ons hondje mocht gewoon mee en vlijde zich neer op het dikke rode tapijt, voor zo’n lange passpiegel gevat in een klatergouden frame. Een meisje was mijn gastvrouw en ik vroeg onmiddellijk naar drie soorten schoenen in twee verschillende maten, waarvoor ik lang genoeg op internet had rondgekeken. 


De eerste keus schoenen waren prachtig, maar de hak misschien te hoog? Ondanks mijn iets opgezette voeten misschien toch te ruim? Het meisje was heel vriendelijk en terwijl ik de andere twee paar schoenen paste, zocht zij van de eerste keus een maat kleiner. De eerste keus schoenen trok ik opnieuw aan en moest op de duizelingwekkende hoogte even steun zoeken. Bang dat de hak zou breken? Of last van mijn eigen gewiebel? Ik trok ze uit en van de twee andere trok ik er aan iedere voet eentje aan. Een lagere hak, een saaiere kleur, alleen zwart. Een dertien-in-een-dozijn schoen met een torenhoge prijs. Daar ging ik dus niet voor. 


Ik ging voor kleur, ik ging voor hoog, ik ging voor “once-in-a-lifetime” schoenen. Nog nooit zag ik zulke mooie schoenen. Nog nooit droeg ik de volle tien centimeter. Ik zou er waarschijnlijk ook nooit op lopen, want in de bijsluiter staat dat men met deze schoenen aan alleen op tapijt mag lopen, wil men de rood gelakte zool en hak niet beschadigen. 

Thuis op mijn houten vloeren zou ik meteen door de oude planken trappen, vrees ik en dat het leer van de hak lelijk kan opstropen, weet ik uit ervaring, toen ik, vanaf mijn zeventiende, met naaldhakken tussen stoeptegels vastraakte. 


Neen, deze schoenen trek ik aan op mijn slaapkamer voor de spiegel en loop op het dikke tapijt een rondje op mijn slaapkamer. Genietend van de duizelingwekkende hoogte zet ik ze daarna op de omkeerde deksel van de doos op mijn bed om ernaar te kijken. Er staan prachtige plaatjes op, zelfs aan de binnenkant van de schoen staan de kleurrijke plaatjes, met afbeeldingen van naakte beelden, of van beeldige naakten. Zoiets, en dat op mijn leeftijd. 


Jos trok zijn creditcard en zei: “ik betaal daar wel, want dat hoort zo”. Sindsdien zegt hij dat ik zijn vriendinnetje ben, want zulke schoenen koop je niet voor je eigen vrouw!

 


dinsdag 29 december 2020

Wat nou, donkere dagen


De zo beroemde donkere dagen voor kerst, stellen niet zoveel voor als de donkere dagen na Kerstmis. Ga maar na.

Voor de feestdagen zijn onze dagen nerveus gevuld met plannen, aanschaf, kleding, eten, uitnodigingen, en vooral met hoop dat alles goed gaat. De dagen zijn duister en donker, zodat je misschien denkt dat dat na kerstmis is afgelopen.

Na de Kerstdagen zijn de dagen nog steeds even kort, maar er is schijnbare rust.

 

Geen bezoek dat komt en ik hoef ook niet weg. Vijf dagen rust voor mijn maag, geen te nauwe schoenen meer aan, en die jurk uit die eigenlijk al te klein was toen ik die kocht. Oorbellen uit en een makkelijk kloffie aan, zodat ik met een dekentje over me heen op de bank kan om een laatste seizoen op Netflix te bekijken van een serie die op 31 december stopt. Ik kan dat seizoen makkelijk aan in twee of drie dagen, zodat ik mijn gezin niet helemaal verwaarloos, maar koken doe ik deze dagen toch niet. Niet vandaag, niet morgen en niet overmorgen. Daarna zie ik wel. De koelkast ligt nog boordevol en ijs komt al mijn neus uit, als ik eraan denk.

 

Licht, ik wil licht in deze meest duistere dagen. De lampjes van de kerstboom blijven uit. Ik kan de boom net zo goed opruimen, maar de traditie vraagt om dit pas na 6 januari te doen. Winkelen is niet leuk. Een supermarkt is noodzaak. Het stormt buiten en er valt harde koude regen. Natuurlijk plens ik met mijn voet in een plas water naast de stoep waar ik parkeer. Natuurlijk heb ik een natte voet. Bij de supermarkt lijkt het binnen ook donker te zijn. De kerstverlichting brandt, maar het is eerder spooky dan de misplaatste romantiek van voor de kerstdagen, toen we nog in sprookjes droomden van sleeën en dwarrelende sneeuw. Terug bij de auto met een volle kar zwiept het autoportier uit mijn handen door een harde windvlaag en ik ben verbaasd dat dat portier er nog inhangt. 

 

27, 28, 29 december. Het schiet niet op dit jaar. Ik heb alles gedaan. Het hele jaar kan ik samenvatten in één woord: Corona. Ik heb er wel veel superlatieven bij gevonden in drie talen zelfs, maar dat zal niks helpen aan het feit dat we Corona meenemen naar het nieuwe jaar. 

Wie had dat gedacht. Een beetje avontuurlijk nog in maart maar gaandeweg dit jaar werd het gevoel over Corona steeds akeliger. Wat een entree kregen de twintiger jaren van deze eeuw. Dit virus zal voor eeuwig opgetekend zijn. We schreven wel wereldgeschiedenis. Met z’n allen. 

26, 27, 28 februari. Er is licht in deze duistere tijd.

 

 

woensdag 9 december 2020

DE KIP WAS ER EERST

DE KIP WAS ER EERST

Iedereen krijgt vroeg of laat de vervelende vraag wat er het eerst was, de kip of het ei. Eindelijk, na diepgaand onderzoek is hier het antwoord. Laat het iedereen maar lezen want het staat nu zwart op wit, dus is het echt waar: De kip was er eerst.

Discussie gesloten. De oplossing is simpel.

In lang vervlogen tijden was de kip een zoogdier; zij baarde levende jongen die ze daarna zoogde. Het haantjesgedrag van haar partner vond zij dermate ongepast dat de kip tijdens de evolutie ervoor zorgde dat zij haar borsten kwijtraakte en slechts kippenvel overhield. Ook nu spreekt men nog van een kippenborst wanneer een borst onderontwikkeld is. 

De haan had niet veel meer om handen en verloor die dan ook. 

Ergens in de evolutie heeft de kip ook haar mooie bilpartij moeten afstaan. Eerder had zij een achtereind als een varken; heden moet zij genoegen nemen met een kippenkontje. Dat alles heeft er wel toe bijgedragen dat men niet meer spreekt van een ‘lekker kippetje’.

 

Er veranderde ook iets tussen de kippen onderling. Het haantje bleef wel steeds de voorste, maar aan de rangorde van kippen moest veel verbeterd worden. Men organiseerde wedstrijden graantje pikken en omdat kippen niet goed uit hun doppen keken, het zgn. kippig zien, werd een pikorde ingesteld. De kip die het beste kon pikken werd nummer een. De rest pikte een graantje mee.

Tijdens de evolutie ontstond er tevens een probleem, toen de kip niet langer gecharmeerd was van het haantjesgedrag en haar kippenborst kreeg. Ze kon niet langer zogen. Een aantal generaties levend geboren kuikens stierf bijna van de honger maar toen het kippenbestand bijna tot nul was gereduceerd kwam de ultieme oplossing. De kip baarde niet langer een levend kuiken, maar baarde in een veel vroeger stadium.

Het ei.  



woensdag 12 februari 2020

WINTERDIP

Het zal me dit jaar niet overkomen, dat vervelend gevoel in februari. Griepje, maar niet echt. Verkouden, maar niet snip. Mijn haren statisch als stro. Slap, slaperig gevoel en geen lust om iets te doen. Dagen die te kort zijn, en toch lang duren. Zelfs deze maand komt er nog een extra dag bij. Voor mijn gevoel zitten we al vier weken in februari, maar het is pas de twaalfde, niet eens op de helft. Dat wil ik niet meer. Dit jaar februari verzet ik mijn zinnen.
Ik pak een beitel, zet een beschermbril op en trek werkhandschoenen aan en ouwe kleren. “Ga je weer kappen?” vraagt mijn man. “Ja” antwoord ik hem. "Maar het wordt dit keer geen beeldje. Op den duur wordt dàt daar beeldig". Bij dàt daar, wijs ik ferm naar de badkamer, terwijl ik daarheen loop. Ik vlij me neer en kniel overdreven eerbiedig op een schuimrubberen knielkussen, zet de beitel schuin tegen een vloertegel en tik met de ijzeren vuisthamer hard tegen de beitel aan. De geschrokken tegel laat onmiddellijk de houten vloer los en neemt de lijm mee. Vier andere tegels breken spontaan van het geweld. Ik word nu pas goed link op die tegelvloer die alleen maar gebarsten vloertegels heeft, zo lang we hier wonen. “Niet de beuk erin, maar de beitel erop”, grijns ik tegen Jos. 
Buiten regent het, daarbij waait een harde wind, zodat het ook november kan zijn in plaats van februari. “Deze rij tegels er nog uit, en die en die, dan stop ik om vanmiddag weer verder te gaan”. “Ik hoop dat je een plan hebt”, zegt Jos voordat hij terug loopt naar de keuken. “Ik zal wel koken”, roept hij me na. 
Heerlijk om zo bezig te zijn. Ik word helemaal actief. De tegels gaan er redelijk goed uit, maar veel lijm blijft zitten. De vloer lijkt helemaal intact te zijn, dus als dat zo blijft dan schuur ik die mooi op, lak erover zodat het waterdicht is en dan kan er een nieuwe doucheplek komen, meubeltjes en een hangwc. Het ijzeren bad eruit. Het gescheurde bidet wordt ook niet vervangen. “Eten”, roept Jos vanuit de keuken. Ik maak me stofvrij, was mijn handen en gezicht en schuif aan aan de keukentafel, waar Jos het eten opdient. Hij is aan de beurt om te koken; het is woensdag. Onder het eten babbelen we voluit. We bespreken nauwelijks het grote plan. Niet nodig want we zijn al jaren bezig om uit te zoeken wat we willen, wanneer we eraan beginnen en om geen duidelijke reden stellen we deze klus al jaren uit. In het najaar, zeggen we dan. Of - in september - komend voorjaar. Geen van beide. Nu! Geen winterdip, maar winterklus. Laat het buiten maar regenen en stormen. Hier wordt het mooi, weer.
Jos neemt na de maaltijd mijn taak over en kapt in een middag de rest van de tegels van de vloer. Ik doe even niet mee. Mijn spieren vragen rust. Jos rust de volgende dag. Dan nemen we tijd om te winkelen. Tegels dit keer, en een wc., een douchebak, douchedeuren, een nieuwe kraan. We bellen de loodgieter en vragen wanneer die tijd heeft. Dezelfde week plaatsen we de bestellingen en maken afspraken. Als in Brabant iedereen carnaval viert dit jaar, dan zit mijn nieuwe badkamer er ver in. Geen winterdip maar winterklus. Ik kijk rond in dat badkamerparadijs naar tegels. “Oh, jeetje, kijk daar eens, die zouden mooi staan in een nieuwe keuken”. Hij kijkt me aan alsof hij me liever een winterdip toewenst, ja.
             

     


maandag 9 december 2019

EINDELOOS MOOIE BEUK

Eindeloos mooie beuk
met je zijdezachte stam
waaraan ik uiteindelijk zag
dat jouw einde kwam

Herfst na herfst genoot ik
van je prachtige kleuren
totdat je de plakkerige luizen
niet kon weren en het liet gebeuren

Nu is het tijd voor jou
je wordt oud en stram
want je sterkste takken 
hebben een dodelijke zwam

In je diepe schaduw
mocht ik bij je schuilen
onder jouw beschermende takken
heb ik gelachen en moeten huilen

Je staat erbij daar, jong nog, in 1901
ze trouwde op die foto met een jonge vent
haar opa plantte jou aan in 1825 
je hebt hem en haar vast goed gekend

Haar kleinzoon (72) kwam hier als pelgrim aan
vertelde me in 2015 zijn verhaal
kwam nogmaals met broer, zus en met zijn ma
maar natuurlijk kende jij ook hen, allemaal

Ik ga je node missen
zovelen kon je gelukkig maken
mijn eindeloos mooie beuk
jouw afscheid weet me diep te raken

Dat ik de laatste ben doet pijn
niet zomaar een boom maar een huis
jij zag de wereld twee eeuwen lang
veel generaties vogels gaf je een thuis

Ik kocht de tuin toen ik je zag
je hoorde toen al bij mij
al deze jaren heb ik van je gehouden
nog maar even, dan ben je vrij


zaterdag 3 augustus 2019

DE WITTE BORDER

Opnieuw beginnen aan de witte border die, overwoekerd door bramen, wordt geflankeerd door de dode buxus, die nu echt moet worden opgeruimd. Er staan één spirea en drie witte lavendel. Om de hoek staat een grote kluwen salvia. Wanneer ik de bramen verwijder, waar ik vier hele dagen mee bezig was, plant ik naast de volwassen spirea een nieuwe spirea erbij. Ook plant ik een jasmijn die dan net in bloei staat. Hierna laat ik de tuin een beetje tot rust komen. Overal om me heen zie ik witte bloemen die ik wel herken, maar waarvan ik de naam niet weet. Onder in de terrassen bloeit uitbundig het fluitekruid. Ik hoop dat die een stuk opschuiven en naar de nieuwe witte border zullen trekken. Opnieuw ga ik op zoek naar de alba van de phlomis. Ik zag en kocht die ooit, maar voordat ik hem kon planten vroor hij dood in de auto enkele winters geleden. Nu bind ik de strijd aan met de hitte en de droogte. Onder bij de nieuwe witte border staan, verscholen onder de vuurdoorn en de witbloeiende malus, twee grote tonnen die water krijgen toegevoerd van een overloopton op het bovenste terras die het water van alle dakgoten krijgt ingevoerd. Maar de tonnen zijn leeg. Op het bovenste terras is de ton meer dan vol, na een bui regen. Dus de buizen die het water naar beneden transporteren lekken hier of daar. Jos gaat zoeken, dertig meter lang, maar kan door het overwoekerende onkruid zo gauw niks vinden.
Dan slaat de hitte toe. Juni, juli, augustus. Het is geen doen om met een gietertje water van boven naar beneden te lopen. Onze tuinslang is natuurlijk net te kort. Begin augustus is de jonge aanplant zo goed als verdwenen. De witte lavendel bloeit als nooit tevoren. Die kan tegen de droogte, maar de bramen hervonden hun kracht en vechten de lavendel aan door de mooie aren tegen de grond te drukken en daaroverheen door te groeien. De dode buxus staat er even triest bij als de tegen latjes vastgebonden jasmijn. De latjes staan nog wel fier overeind. Geen beginnen aan. In september of beter in oktober dan maar weer, zal ik:
Opnieuw beginnen aan de witte border die, overwoekerd door bramen, wordt geflankeerd door de dode buxus, die nu echt moet worden opgeruimd.

zaterdag 13 april 2019

voor Erik, voor Ria

Met storm, hagel, onweer en regen namen we afscheid van deze winter. Maart roerde zijn staart en liet ons in één maand vier seizoenen beleven. Van de ene op de andere dag staat de kastanje in blad en bloeit de Kerria. Kriebels. Niet voor de schoonmaak, maar zaaikriebels. Mijn keuken is getransformeerd tot kraamkamer voor plantjes. De vensterbanken zijn leeg en de grote open kast is ontruimd om plaats te maken voor mijn verzamelde eierdozen, piepschuimen vleesschaaltjes en stapels plantenpotjes. Van lege yoghurtpotjes knip ik plant-pinnen waarop de namen komen van het veelbelovende zaaigoed dat voor me ligt.

De gratis verkregen zaadjes vormen een apart hoofdstuk. Mijn keuken is letterlijk bezaaid. Op het dichtgevouwen keukenpapier en de koffiefilters kom ik allerlei namen tegen: 'Ridderspoor', 'blauwe bloemen Erik', 'duizendschoon', 'oranje bloemen Ria', 'wandeling geel', 'buro Anneke', 'Jacobsladder' en (beschimmelde) 'pompoenpitten'. Overal liggen potjes, zand, boeken en schema's. Veel moet ik opzoeken. Gaat het om vaste plantjes of eenjarigen. Willen ze zon of schaduw. De kleur, hoogte en droogte.

Het voorzaaien is ieder jaar weer een heerlijke klus. Een uitdaging om er eens geen chaos van te maken. De kast echter raakt vol dus wijk ik uit naar de vensterbank en een grotere zaaibak. Ik mix Erik's blauwe bloemenzaad met het oranje van Ria en zaai keurige rijtjes op de vochtige aarde van die bak. De yoghurtpin krijgt als opschrift: oranje/blauwe, Ria/Erik, enz. Glimlachend schuif ik een plastic pedaalemmerzak over de zaaibak, als ik bedenk dat deze twee mensen niet eens van elkaars bestaan afweten. Ik ben benieuwd wat dit voor bloemen worden en terwijl ik geen enkel idee heb waar ik deze plantjes straks zal uitzetten, maakt iedere zaailing die opkomt me erg blij.

donderdag 7 februari 2019

WINTER IN MINEUR

Natuurlijk moet ik in februari op de Canarische eilanden zitten. De enige plek in Europa waar de temperatuur nu gegarandeerd boven de twintig graden ligt. Ik kan er ook voor kiezen om deze hele maand te slapen. Niet dus, constateer ik als ik door het natte gras loop te koukleumen. Mijn tuin is een aanfluiting. Ik mis blaadjes, zon en ik mis kleur. De hemel is grijs in diverse tinten en de wind is guur uit het oosten, of geeft striemende regen uit het westen. Hier geen sneeuw deze winter, alleen maar regen en wind. Glibberige bladeren over de paden en een zompig gazon, waar volgens mij geen gras meer tussen staat. De bakken zijn leeg, evenals de potten. Het binnen zitten beu en zelfs de tuintijdschriften boeien me maar matig, want de overdadige bloei op de foto’s zie ik nooit terug in mijn tuin.


Diep in de winter.  Het voorjaar nog ver weg. Nog maar zien of de bollen uitkomen dit jaar. Waarschijnlijk zijn ze weggerot. De rozen zien er niet uit en de nieuwe border krijgt meer zon dan ik dacht, nu de beuk gehalveerd is. De eerste krokussen hebben er ook nog geen zin in. De hortensia die ik vanuit de pot in de grond zette is klef geworden. Hier en daar zie ik nog wat natte slierten van wat eens een plant was. Dat komt vast nooit meer goed. Te vroeg om te zaaien. Te vroeg om te snoeien. Toch zijn er genoeg klussen om deze maand te doen. Echter, ik wil helemaal geen mos uitsteken tussen het natte gras. Al helemaal geen energie in terrasaanleg of iets anders waar ik moeite voor moet doen. Misschien een rode toverhazelaar planten? Zal het ook wel niet doen. Temperatuur op nul, evenals mijn energie en humeur. Vandaag en de rest van de week doe ik niks. Kan en wil dat ook niet.
Met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken loop ik, omringd door hardnekkige mist, ontevreden door mijn tuin, zwelgend in zelfbeklag. Verkleumd tot op het bot. De kortste maand die wel het langste duurt.

Mijn hondje voelt hetzelfde. Tijdens onze wandeling door het park sjokt ze maar achter me aan. Totaal niet geïnteresseerd in andere honden. De vogels voelen hetzelfde. Een enkele kraai probeert hoog in de beuk ruzie te maken, maar geen enkele andere vogel geeft partij. Terug in huis kruip ik rillend en hoestend in een hoekje op de bank, gewapend met een doos Kleenex. Vastbesloten om daar de rest van de dag (k)niezend door te brengen. 

vrijdag 28 december 2018

DAGERAAD


Tegelijkertijd met de aanvang van de winter worden de dagen alweer langer. Deze winter was nog maar acht lange nachten oud, toen de dageraad zich om acht uur die ochtend aandiende met een bloedrode streep aan de oostelijke horizon die vanuit de kamer waar ik schreef, te zien was. Ik snelde met mijn camera de hond achterna de tuin in om die streep vast te leggen, wat zo ongeveer lukte. Ik zag letterlijk een nieuwe dag geluidloos doorbreken, streepje voor streepje als de geboorte van een zebra.

Een half uur later gaf de nog onzichtbare zon veel meer licht en was de rode gloed welhaast verdwenen. Deze winterzon gaf nog warmte, want in het dal voor me ontstond langzaam een witte ochtendnevel die de zon moeizaam zou oplossen. Het was zulk helder weer dat de halve maan nog steeds duidelijk wit en helder aan de hemel stond en niet voor de zon wilde wijken. De twee belangrijke elementen zouden elkaar vast kruisen dacht ik. 

Al gauw werden mijn gedachten tegelijkertijd met het daglicht in beslag genomen. Ik moest koffie zetten en ontbijt maken, terwijl de hond teleurgesteld in haar mandje ging liggen. Zou vrouwtje het plakje vlees en sneetje brood vergeten zijn te geven? Neen, ik was het niet vergeten, maar de zonderling schone wederopstanding van de dageraad wilde ik niet alleen op foto vasthouden, maar ook op papier. De rode streep verbleekte, de donkere luchten die daar boven hingen verbleekten eveneens en de damp in het dal steeg op; vermengde zich met wolken. De schoonheid werd nog eens benadrukt toen de rode zon boven de horizon uit kwam en in mijn raam zoveel licht gaf dat ik haast verblind stopte met typen en brood ging smeren.












zaterdag 11 augustus 2018

HOF VAN HEDEN

Als er ergens veel namen aan zijn gegeven, is het aan een tuin. Van heestertuin tot vijvertuin. Klassieke- of baroktuin. Rotstuinen, wilde tuinen, moestuinen, teveel om op te noemen. Ik schrok toen ik voor het eerst een ‘kantoortuin’ binnenstapte, want dat bleek niet meer te zijn dan een grote kantoorzaal met daarin een tiental bureaus en evenzoveel computers. Geen plant te bekennen, alleen uitzicht op een grasveld met hier en daar een boom. Voor zoonlief Erik ontwierp ik eens een daktuin en plaagde hem later met een 'postzegeltuin'. Voor een ander met een reepje grond moest ik een schaduwtuin bedenken. Meteen was duidelijk wat er geplant moest worden. Hoewel? Een bevriende tuinarchitect vond het jammer dat ik hortensia’s in mijn tuin wilde, omdat de tuin volgens hem op dit moment een mediterrane uitstraling heeft, door de vele viburnums, hoge buxes en laurierstruiken. Mijn stukje grond, waar ik niet de scepter zwaai, maar wel de riek hanteer. Ik deel er niet de lakens uit maar maak wel de bedjes in orde. Dus met glimlach en pijnlijke rug plantte ik enkele hortensia  ‘Annabel’, zodat ik nu waarschijnlijk geen mediterrane tuin meer heb. Wel een parktuin of een hof.

POSTZEGELTUIN

Het woordje ‘hof’ is, in relatie tot een groentetuin, stilaan in vergetelheid geraakt. Mijn opa had geen tuin, maar die had een hof, waar oma haar groenten vandaan haalde. Die hof lag in Goirle en was in mijn herinnering oneindig diep, of lang. Google levert alleen nog grote kasteeltuinen wanneer ik ‘hof’ intik en Hof van Justitie natuurlijk, maar daar hebben ze hoogstens kantoortuinen. We bezoeken allemaal weleens een hof. Zo’n immense tuin, opgedeeld in diverse tuinen, behorende bij een landhuis of kasteel, waar hele groepen mensen kunnen koffiedrinken, alleen al in het prieel of, op een terras naast het koetshuis. Wij doen daar inspiratie op, want wij willen zelf zo’n hof. We schaffen aparte planten aan, zodat we complimenten krijgen, of jaloerse blikken.

Tuinieren we nog wel voor onszelf of creëren we paradijsjes om te showen aan vrienden en bekenden? Kijken wijzelf bij anderen jaloers rond om vervolgens te noteren wat we willen kopiëren? Ach, we willen allemaal een natuurlijke vijver langs ons Italiaans terrazzo met de nodige Franse frutsels. Onze tuin is vaak maar enkele meters groot, dus is het prieel een parasol geworden en het schuurtje ons koetshuis. Een grote cementkuip doet dienst als vijver, waarin een witte waterlelie bloeit. Langs de vijver een ophoging met rotsplantjes en, gelijk aan de vijverrand witte terrazzotegels. 

Op het Franse tuintafeltje staat Italiaanse koffie ingeschonken naast een gesloten tuinboek. De zon schijnt. Alle ingrediënten voor een hof zijn aanwezig. Vergeten is gisteren en morgen bestaat niet, want nu is er dat rijke gevoel van perfectie. 

Dat is geen tuin meer, dat is een hof.