zondag 5 december 2021

DE BEUK ERIN

 

In de top van de beuk zit een zwerm kraaiende eksters, of kraaien met eksterogen. Ik kan het niet goed zien, omdat ik geen arendsogen heb, maar ze vergaderen even schreeuwend als ze dagelijks tegen zonsondergang doen. Toch zullen die schreeuwerds morgen vreemd uit hun dopjes kijken als de meeste grote takken uit hun boom zijn verdwenen na een uurtje of vijf, zes zagen. Hebben ze weer maandenlang stof om over te vergaderen. 


Er rest dan alleen nog maar de top van de boom. De lager gelegen takken waren ongetwijfeld het onderkomen van honderd andere vogels; zoals onze specht, de mooie gaai, de kleurrijke boomklever en de “gewone” boomkruiper. De magere groene specht en de volslanke gaai delen vaak dezelfde takken. De klever en kruiper pakken fluitend de hele stam. De gaai kijkt altijd naar ze en is vast jaloers dat hij niet zo mooi kan zingen als kruiper en klimmer. De specht neemt nog steeds genoegen met de stam, waarna die twee kleinere vogels op de wondjes duiken alsof er meteen na de hakpartij van de specht al wondjes zijn in de schors van mijn boom. De boomklever lijkt veel op het roodborstje, maar die zit bijna altijd op de grond, of op onze stenen trol, die tegen de stam van de beuk staat. Ik zal de twee stamacrobaten gaan missen, zeker in het voorjaar. 


Vanaf morgen is hun habitat weg. Waar ze zich deze winter moeten vestigen weet ik niet. De boomkruiper nestelt wel in kasten, huisjes en spleten of kieren. Misschien komt het met de boomkruiper wel goed. De boomklever moet in de vrijwel kale stam toch beschutting zoeken, maar hij zal wel kwetsbaar zijn. De gaai zal even vreemd opkijken en de specht zal doorgaan met kappen. De schreeuwende eksters zullen ook vreemd om zich heen kijken, maar ze zullen snel wennen. Net zoals het koppeltje tortelduiven dat hier al zo lang woont, zullen de andere vogels zich snel aanpassen. Ze hebben geen keus. Hun boom is aan zijn einde. Onder aan zijn stam heb ik twee zaailingen op laten groeien. Ze zijn nu een jaar of acht. Nog te klein om al vogels te kunnen beschermen, maar het begin is gemaakt. Het roodborstje gaat wel vaak even op een van zijn dunne takjes zitten, of is dat de boomklever?




vrijdag 20 augustus 2021

Blogs geboekt

Eind november 2020 zijn al mijn blogs in boekvorm uitgegeven. Het is een mooi boek geworden met bijna 300 pagina's. Geen boek om in een keer uit te lezen. Wel om op uw nachtkastje te leggen en er af en toe een kort verhaaltje uit te lezen. Negentig of eenennegentig blogs en columns die over mijn passie voor tuinieren gaan, over mijn lepeltjesverzameling, over mijn mislukkingen en mijn winsten. Ze gaan over ons leven in de Dordogne, en over de pelgrims die hier overnachtten. Blogs over mijn man en over onze kinderen en kleinkinderen. Soms over de vakanties en zelfs even over de lock-down.

Bref, niks menselijks is mij vreemd.

Misschien schrijf ik wel weer nieuwe blogs. Het leven is er mooi genoeg voor, de tuin ook, maar misschien wil ik straks over heel andere dingen schrijven. Over mensen van vroeger wellicht.

Fijn dat u mijn blogs las. Bij Amazon.de, of Amazon.fr en it., of es. kunt u het boek bestellen. De titel is "Ongeschreven regels", zoals de laatste blog, die hier stond.

Onderstaand de foto. De onderste foto is natuurlijk van een paar winters geleden, maar ik heb die wel in mijn tuin gemaakt.

Tot ziens,

Jeanine Leytens


dinsdag 22 juni 2021

STOUTE SCHOENEN

Onverwacht vertrokken we dinsdag naar Parijs. Onverwacht vond ik meteen een parkeerplek in de rue Saint Denis, waar het onmogelijk is, een parkeerplek te vinden. We liepen die straat - vol met terrasjes - uit, staken een plein over en liepen verder achter het Louvre door in de rue Rivoli. Die straat was langer dan verwacht, want weer staken we pleinen over met overvolle terrasjes. Dit is wat Parijs zo leuk maakt. De volgende straat was rue Saint Honoré en daar bij nummer 200, aangekomen moesten we nog een stuk verder rechtdoor lopen naar nummer 400 geloof ik. 


Alles bij elkaar hebben we ongeveer twee uur gelopen. Dikke voeten en een kapotte kleine teen door een blaar. Het was meer dan dertig graden en dan zo’n wandeling op slippers. 

Aldus strompelend gingen wij de meest dure schoenwinkel binnen die ik ooit had gezien en zeker niet vanbinnen. Ons hondje mocht gewoon mee en vlijde zich neer op het dikke rode tapijt, voor zo’n lange passpiegel gevat in een klatergouden frame. Een meisje was mijn gastvrouw en ik vroeg onmiddellijk naar drie soorten schoenen in twee verschillende maten, waarvoor ik lang genoeg op internet had rondgekeken. 


De eerste keus schoenen waren prachtig, maar de hak misschien te hoog? Ondanks mijn iets opgezette voeten misschien toch te ruim? Het meisje was heel vriendelijk en terwijl ik de andere twee paar schoenen paste, zocht zij van de eerste keus een maat kleiner. De eerste keus schoenen trok ik opnieuw aan en moest op de duizelingwekkende hoogte even steun zoeken. Bang dat de hak zou breken? Of last van mijn eigen gewiebel? Ik trok ze uit en van de twee andere trok ik er aan iedere voet eentje aan. Een lagere hak, een saaiere kleur, alleen zwart. Een dertien-in-een-dozijn schoen met een torenhoge prijs. Daar ging ik dus niet voor. 


Ik ging voor kleur, ik ging voor hoog, ik ging voor “once-in-a-lifetime” schoenen. Nog nooit zag ik zulke mooie schoenen. Nog nooit droeg ik de volle tien centimeter. Ik zou er waarschijnlijk ook nooit op lopen, want in de bijsluiter staat dat men met deze schoenen aan alleen op tapijt mag lopen, wil men de rood gelakte zool en hak niet beschadigen. 

Thuis op mijn houten vloeren zou ik meteen door de oude planken trappen, vrees ik en dat het leer van de hak lelijk kan opstropen, weet ik uit ervaring, toen ik, vanaf mijn zeventiende, met naaldhakken tussen stoeptegels vastraakte. 


Neen, deze schoenen trek ik aan op mijn slaapkamer voor de spiegel en loop op het dikke tapijt een rondje op mijn slaapkamer. Genietend van de duizelingwekkende hoogte zet ik ze daarna op de omkeerde deksel van de doos op mijn bed om ernaar te kijken. Er staan prachtige plaatjes op, zelfs aan de binnenkant van de schoen staan de kleurrijke plaatjes, met afbeeldingen van naakte beelden, of van beeldige naakten. Zoiets, en dat op mijn leeftijd. 


Jos trok zijn creditcard en zei: “ik betaal daar wel, want dat hoort zo”. Sindsdien zegt hij dat ik zijn vriendinnetje ben, want zulke schoenen koop je niet voor je eigen vrouw!

 


dinsdag 29 december 2020

Wat nou, donkere dagen


De zo beroemde donkere dagen voor kerst, stellen niet zoveel voor als de donkere dagen na Kerstmis. Ga maar na.

Voor de feestdagen zijn onze dagen nerveus gevuld met plannen, aanschaf, kleding, eten, uitnodigingen, en vooral met hoop dat alles goed gaat. De dagen zijn duister en donker, zodat je misschien denkt dat dat na kerstmis is afgelopen.

Na de Kerstdagen zijn de dagen nog steeds even kort, maar er is schijnbare rust.

 

Geen bezoek dat komt en ik hoef ook niet weg. Vijf dagen rust voor mijn maag, geen te nauwe schoenen meer aan, en die jurk uit die eigenlijk al te klein was toen ik die kocht. Oorbellen uit en een makkelijk kloffie aan, zodat ik met een dekentje over me heen op de bank kan om een laatste seizoen op Netflix te bekijken van een serie die op 31 december stopt. Ik kan dat seizoen makkelijk aan in twee of drie dagen, zodat ik mijn gezin niet helemaal verwaarloos, maar koken doe ik deze dagen toch niet. Niet vandaag, niet morgen en niet overmorgen. Daarna zie ik wel. De koelkast ligt nog boordevol en ijs komt al mijn neus uit, als ik eraan denk.

 

Licht, ik wil licht in deze meest duistere dagen. De lampjes van de kerstboom blijven uit. Ik kan de boom net zo goed opruimen, maar de traditie vraagt om dit pas na 6 januari te doen. Winkelen is niet leuk. Een supermarkt is noodzaak. Het stormt buiten en er valt harde koude regen. Natuurlijk plens ik met mijn voet in een plas water naast de stoep waar ik parkeer. Natuurlijk heb ik een natte voet. Bij de supermarkt lijkt het binnen ook donker te zijn. De kerstverlichting brandt, maar het is eerder spooky dan de misplaatste romantiek van voor de kerstdagen, toen we nog in sprookjes droomden van sleeën en dwarrelende sneeuw. Terug bij de auto met een volle kar zwiept het autoportier uit mijn handen door een harde windvlaag en ik ben verbaasd dat dat portier er nog inhangt. 

 

27, 28, 29 december. Het schiet niet op dit jaar. Ik heb alles gedaan. Het hele jaar kan ik samenvatten in één woord: Corona. Ik heb er wel veel superlatieven bij gevonden in drie talen zelfs, maar dat zal niks helpen aan het feit dat we Corona meenemen naar het nieuwe jaar. 

Wie had dat gedacht. Een beetje avontuurlijk nog in maart maar gaandeweg dit jaar werd het gevoel over Corona steeds akeliger. Wat een entree kregen de twintiger jaren van deze eeuw. Dit virus zal voor eeuwig opgetekend zijn. We schreven wel wereldgeschiedenis. Met z’n allen. 

26, 27, 28 februari. Er is licht in deze duistere tijd.

 

 

woensdag 9 december 2020

DE KIP WAS ER EERST

DE KIP WAS ER EERST

Iedereen krijgt vroeg of laat de vervelende vraag wat er het eerst was, de kip of het ei. Eindelijk, na diepgaand onderzoek is hier het antwoord. Laat het iedereen maar lezen want het staat nu zwart op wit, dus is het echt waar: De kip was er eerst.

Discussie gesloten. De oplossing is simpel.

In lang vervlogen tijden was de kip een zoogdier; zij baarde levende jongen die ze daarna zoogde. Het haantjesgedrag van haar partner vond zij dermate ongepast dat de kip tijdens de evolutie ervoor zorgde dat zij haar borsten kwijtraakte en slechts kippenvel overhield. Ook nu spreekt men nog van een kippenborst wanneer een borst onderontwikkeld is. 

De haan had niet veel meer om handen en verloor die dan ook. 

Ergens in de evolutie heeft de kip ook haar mooie bilpartij moeten afstaan. Eerder had zij een achtereind als een varken; heden moet zij genoegen nemen met een kippenkontje. Dat alles heeft er wel toe bijgedragen dat men niet meer spreekt van een ‘lekker kippetje’.

 

Er veranderde ook iets tussen de kippen onderling. Het haantje bleef wel steeds de voorste, maar aan de rangorde van kippen moest veel verbeterd worden. Men organiseerde wedstrijden graantje pikken en omdat kippen niet goed uit hun doppen keken, het zgn. kippig zien, werd een pikorde ingesteld. De kip die het beste kon pikken werd nummer een. De rest pikte een graantje mee.

Tijdens de evolutie ontstond er tevens een probleem, toen de kip niet langer gecharmeerd was van het haantjesgedrag en haar kippenborst kreeg. Ze kon niet langer zogen. Een aantal generaties levend geboren kuikens stierf bijna van de honger maar toen het kippenbestand bijna tot nul was gereduceerd kwam de ultieme oplossing. De kip baarde niet langer een levend kuiken, maar baarde in een veel vroeger stadium.

Het ei.  



woensdag 12 februari 2020

WINTERDIP

Het zal me dit jaar niet overkomen, dat vervelend gevoel in februari. Griepje, maar niet echt. Verkouden, maar niet snip. Mijn haren statisch als stro. Slap, slaperig gevoel en geen lust om iets te doen. Dagen die te kort zijn, en toch lang duren. Zelfs deze maand komt er nog een extra dag bij. Voor mijn gevoel zitten we al vier weken in februari, maar het is pas de twaalfde, niet eens op de helft. Dat wil ik niet meer. Dit jaar februari verzet ik mijn zinnen.
Ik pak een beitel, zet een beschermbril op en trek werkhandschoenen aan en ouwe kleren. “Ga je weer kappen?” vraagt mijn man. “Ja” antwoord ik hem. "Maar het wordt dit keer geen beeldje. Op den duur wordt dàt daar beeldig". Bij dàt daar, wijs ik ferm naar de badkamer, terwijl ik daarheen loop. Ik vlij me neer en kniel overdreven eerbiedig op een schuimrubberen knielkussen, zet de beitel schuin tegen een vloertegel en tik met de ijzeren vuisthamer hard tegen de beitel aan. De geschrokken tegel laat onmiddellijk de houten vloer los en neemt de lijm mee. Vier andere tegels breken spontaan van het geweld. Ik word nu pas goed link op die tegelvloer die alleen maar gebarsten vloertegels heeft, zo lang we hier wonen. “Niet de beuk erin, maar de beitel erop”, grijns ik tegen Jos. 
Buiten regent het, daarbij waait een harde wind, zodat het ook november kan zijn in plaats van februari. “Deze rij tegels er nog uit, en die en die, dan stop ik om vanmiddag weer verder te gaan”. “Ik hoop dat je een plan hebt”, zegt Jos voordat hij terug loopt naar de keuken. “Ik zal wel koken”, roept hij me na. 
Heerlijk om zo bezig te zijn. Ik word helemaal actief. De tegels gaan er redelijk goed uit, maar veel lijm blijft zitten. De vloer lijkt helemaal intact te zijn, dus als dat zo blijft dan schuur ik die mooi op, lak erover zodat het waterdicht is en dan kan er een nieuwe doucheplek komen, meubeltjes en een hangwc. Het ijzeren bad eruit. Het gescheurde bidet wordt ook niet vervangen. “Eten”, roept Jos vanuit de keuken. Ik maak me stofvrij, was mijn handen en gezicht en schuif aan aan de keukentafel, waar Jos het eten opdient. Hij is aan de beurt om te koken; het is woensdag. Onder het eten babbelen we voluit. We bespreken nauwelijks het grote plan. Niet nodig want we zijn al jaren bezig om uit te zoeken wat we willen, wanneer we eraan beginnen en om geen duidelijke reden stellen we deze klus al jaren uit. In het najaar, zeggen we dan. Of - in september - komend voorjaar. Geen van beide. Nu! Geen winterdip, maar winterklus. Laat het buiten maar regenen en stormen. Hier wordt het mooi, weer.
Jos neemt na de maaltijd mijn taak over en kapt in een middag de rest van de tegels van de vloer. Ik doe even niet mee. Mijn spieren vragen rust. Jos rust de volgende dag. Dan nemen we tijd om te winkelen. Tegels dit keer, en een wc., een douchebak, douchedeuren, een nieuwe kraan. We bellen de loodgieter en vragen wanneer die tijd heeft. Dezelfde week plaatsen we de bestellingen en maken afspraken. Als in Brabant iedereen carnaval viert dit jaar, dan zit mijn nieuwe badkamer er ver in. Geen winterdip maar winterklus. Ik kijk rond in dat badkamerparadijs naar tegels. “Oh, jeetje, kijk daar eens, die zouden mooi staan in een nieuwe keuken”. Hij kijkt me aan alsof hij me liever een winterdip toewenst, ja.
             

     


maandag 9 december 2019

EINDELOOS MOOIE BEUK

Eindeloos mooie beuk
met je zijdezachte stam
waaraan ik uiteindelijk zag
dat jouw einde kwam

Herfst na herfst genoot ik
van je prachtige kleuren
totdat je de plakkerige luizen
niet kon weren en het liet gebeuren

Nu is het tijd voor jou
je wordt oud en stram
want je sterkste takken 
hebben een dodelijke zwam

In je diepe schaduw
mocht ik bij je schuilen
onder jouw beschermende takken
heb ik gelachen en moeten huilen

Je staat erbij daar, jong nog, in 1901
ze trouwde op die foto met een jonge vent
haar opa plantte jou aan in 1825 
je hebt hem en haar vast goed gekend

Haar kleinzoon (72) kwam hier als pelgrim aan
vertelde me in 2015 zijn verhaal
kwam nogmaals met broer, zus en met zijn ma
maar natuurlijk kende jij ook hen, allemaal

Ik ga je node missen
zovelen kon je gelukkig maken
mijn eindeloos mooie beuk
jouw afscheid weet me diep te raken

Dat ik de laatste ben doet pijn
niet zomaar een boom maar een huis
jij zag de wereld twee eeuwen lang
veel generaties vogels gaf je een thuis

Ik kocht de tuin toen ik je zag
je hoorde toen al bij mij
al deze jaren heb ik van je gehouden
nog maar even, dan ben je vrij